Statuten

De statuten zijn op zes augustus tweeduizend twaalf, door mr Theo Koelma, notaris in Franekeradeel, beperkt voorgelezen en na instemming met de akte door de oprichters ondertekend.

ARTIKEL 1

1. De vereniging draagt de naam: RASVERENIGING BASSET FAUVE DE BRETAGNE, afgekort: RBFDB

2. Zij heeft haar zetel te Asperen

3. Zij is aangegaan voor onbepaalde tijd.

ARTIKEL 2. DOEL EN MIDDELEN

1. De vereniging heeft ten doel:

a. de identiteit van de Basset fauve de Bretagne zo optimaal mogelijk in stand houden;

b. de bevordering van de gezondheid en het welzijn van de Basset fauve de Bretagne;

c. het bevorderen van het contact tussen fokkers onderling en tussen fokkers en liefhebbers van de Basset fauve de Bretagne;

d. geïnteresseerden in de fokkerij van dit ras in Nederland voor te lichten.

e. de promotie van de Basset fauve de Bretagne.

2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

a. het houden van vergaderingen;

b. het organiseren van evenementen;

c. het geven van voorlichting over de aankoop, het houden, fokken en opvoeden van de Basset fauve de Bretagne;

d. het opstellen van plannen ter bestrijding van erfelijk bepaalde gebreken binnen het ras en het treffen van maatregelen ter uitvoering van die plannen;

e. het onderhouden van een website van de vereniging;

f. het deelnemen aan overleg binnen de georganiseerde kynologie; g. het behulpzaam zijn bij de vorming en de instandhouding van een goed keurmeestersbestand;

h. al hetgeen verder aan het doel dienstbaar kan zijn, één en ander voor zover daarbij niet wordt gehandeld in strijd met de statuten, reglementen en wettige besluiten van de Raad van Beheer.

ARTIKEL 3. VERHOUDING TOT DE RAAD VAN BEHEER

1. De vereniging ontleent haar rechten aan de statuten, huishoudelijk reglement en overige reglementen van de Raad van Beheer en verplicht zich zonder voorbehoud tot naleving van die statuten, reglementen en wettig genomen besluiten van de Raad van Beheer.

2. De vereniging aanvaardt zonder voorbehoud de rechtsmacht van de Geschillencommissie voor de Kynologie en het Tuchtcollege voor de Kynologie, zoals weergegeven in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad van Beheer.

3. De leden van de vereniging zijn jegens het bestuur tot hetzelfde gehouden, als waartoe de vereniging vanwege haar lidmaatschap jegens de Raad van Beheer zal zijn gehouden op grond van de statuten en reglementen van de Raad van Beheer en de door de organen van de Raad van Beheer wettig genomen besluiten.

4. De vereniging is bevoegd tot het opleggen van de verplichtingen van de leden jegens de Raad van Beheer, waarbij al hetgeen, waartoe de vereniging jegens de Raad van Beheer is gehouden uit hoofde van het bepaalde in de statuten en reglementen van de Raad van Beheer, ook geldt als verplichtingen, die de leden van de vereniging rechtstreeks jegens de Raad van Beheer hebben in de zin van artikel 46, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

ARTIKEL 4. VERENIGINGSJAAR

Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

ARTIKEL 5. LEDEN

1. De leden van de vereniging worden onderscheiden in gewone leden en ereleden.

2. Gewone leden zijn natuurlijke personen, die de achttienjarige leeftijd hebben bereikt en die na schriftelijke aanmelding als lid zijn toegelaten. Zij hebben alle rechten en plichten, die de wet en deze statuten aan leden toekennen, onderscheidenlijk opleggen.

3. Ereleden zijn natuurlijke personen die zich jegens de vereniging bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt. Zij worden op een algemene ledenvergadering, op voordracht van het bestuur of op een schriftelijk verzoek van tenminste vijftien leden, als zodanig benoemd, waarbij tenminste tweederde deel der uitgebrachte geldige stemmen zich voor het voorstel tot benoeming moet verklaren.
4. Het bestuur houdt een register bij waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.

ARTIKEL 6. TOELATING VAN LEDEN

1. Het bestuur beslist over de toelating van leden, nadat zij zich als zodanig schriftelijk hebben aangemeld.

2. Zij, aan wie door het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf is opgelegd, kunnen als lid worden geweigerd.

3. Het besluit omtrent de toelating kan ten hoogste twee maanden worden aangehouden, indien de aanmelding voor het lidmaatschap minder dan twee maanden voor het houden van een algemene vergadering wordt ontvangen.

4. Tegen de weigering om als lid te worden toegelaten staat geen beroep open.

ARTIKEL 7. AANVANG VAN HET LIDMAATSCHAP

Het lidmaatschap van algemene leden en ereleden vangt aan met de dag, volgende op hun toelating.

ARTIKEL 8. EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP

Het lidmaatschap eindigt:

a. door overlijden van het lid;

b. door opzegging van het lid;

c. door opzegging door de vereniging;

d. door ontzetting.

ARTIKEL 9. OPZEGGING DOOR HET LID

1. Opzegging door het lid geschiedt schriftelijk aan het bestuur.

2. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 25 lid 4, met ingang van de dag, die daarvoor bij de opzegging wordt vermeld, doch op zijn vroegst met ingang van de dag, volgende op die, waarop de schriftelijke opzegging wordt ontvangen. Indien bij de opzegging geen tijdstip wordt vermeld, eindigt het lidmaatschap aan het einde van het verenigingsjaar, waarin de opzegging plaatsvindt. 3. Indien het lidmaatschap niet is opgezegd voor één december van enig jaar, is de contributie voor het daarop volgend jaar te voldoen en wordt de opzegging beschouwd als voor het daarop volgend jaar.

ARTIKEL 10. OPZEGGING DOOR DE VERENIGING

1. Opzegging door de vereniging is slechts mogelijk indien:

a. het lid zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt;

b. aan het lid door het Tuchtcollege voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd;

c. om een andere reden van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

2. De opzegging geschiedt door het bestuur.

3. In het geval, bedoeld in lid 1.a, wordt niet tot opzegging overgegaan, dan nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is gewezen en hij gedurende een maand in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

4. Het lid wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van redenen van het besluit tot opzegging in kennis gesteld. Daarbij wordt mededeling gedaan van de op grond van lid 5 bestaande beroepsmogelijkheid.

5. Tegen een besluit tot opzegging staat binnen een maand na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde mededeling beroep op de algemene vergadering open. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst in de uitoefening van alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en in de uitoefening van een eventueel door het lid beklede bestuursfunctie. Het geschorste lid heeft echter wel toegang tot de algemene vergadering, waarin het beroep wordt behandeld, is bevoegd om bij de behandeling van het beroep aanwezig te zijn en daarover het woord te voeren, doch heeft geen stemrecht.

6. Het lidmaatschap eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 25 lid 4, met ingang van de dag, volgende op het verstrijken van de beroepstermijn of, indien beroep wordt ingesteld, onmiddellijk na het besluit tot verwerping van het beroep, indien het lid aanwezig is in de vergadering, waarin dit besluit wordt genomen, en anders met ingang van de dag, volgende op die, waarop een schriftelijke mededeling van het besluit tot verwerping van het beroep is ontvangen.

7. Een schorsing eindigt tegelijk met het lidmaatschap of, indien de algemene vergadering het beroep gegrond verklaart, tegelijk met het besluit van de algemene vergadering.

ARTIKEL 11. ONTZETTING

1. Ontzetting is slechts mogelijk indien:

a. het lid handelt in strijd met statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging;

b. het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.

2. De ontzetting geschiedt door het bestuur.

3. Artikel 10 lid 4 tot en met 7 is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL 12. ORGANEN

De vereniging kent:

a. een bestuur;

b. een fokbegeleidingscommisie (eventueel)

c. een activiteitencommissie

d. een algemene vergadering;

ARTIKEL 13. SAMENSTELLING BESTUUR

1. Het bestuur bestaat uit minimaal drie en maximaal zeven leden en dient bij voorkeur oneven te zijn. De bestuursleden worden door de algemene vergadering uit de gewone leden benoemd.

2. Degene, aan wie door het Tuchtcollege voor de Kynologie de straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd, is gedurende de duur van deze kwalificatie niet tot lid van het bestuur benoembaar.

3. De voorzitter wordt als zodanig in functie benoemd. Het bestuur wijst uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan.

ARTIKEL 14. VOORDRACHTEN

1. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer niet bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 6.

2. Iedere voordracht heeft op een bepaalde vacature betrekking en vermeldt de naam van degene, door wiens aftreden de vacature wordt veroorzaakt. Iedere voordracht vermeldt voorts de naam van ten minste een kandidaat.

3. Tot het opmaken van een voordracht zijn zowel het bestuur als minimaal vijf stemgerechtigde leden bevoegd.

4. Een voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping van de vergadering meegedeeld. Een voordracht van vijf of meer stemgerechtigde leden moet ten minste zeven dagen voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.

5. Is er voor een bepaalde vacature meer dan een voordracht, dan geschiedt de benoeming uit die voordrachten.

6. Is er voor een bepaalde vacature geen voordracht opgemaakt, dan is de algemene vergadering vrij in haar keus voor de invulling van die vacature.

ARTIKEL 15. EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP

1. Het bestuurslidmaatschap eindigt:

a. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;

b. door periodieke aftreding;

c. door bedanken;

d. door ontslag;

e. door oplegging van een straf door het Tuchtcollege voor de Kynologie.

2. Het bestuurslidmaatschap eindigt in het geval, bedoeld in lid 1.b, aan het einde van de in artikel 31 lid 2 bedoelde algemene vergadering. In het geval, bedoeld in lid 1.c, eindigt het bestuurslidmaatschap op het door het bedankende bestuurslid genoemde tijdstip. In alle overige gevallen eindigt het met onmiddellijke ingang.

ARTIKEL 16. PERIODIEKE AFTREDING

1. Elk bestuurslid treedt uiterlijk vier jaar na zijn of haar benoeming af, volgens een door het bestuur gemaakt rooster van aftreden. Dit rooster dient zodanig te worden gemaakt dat de continuïteit van het bestuur gewaarborgd is.

2. Dit rooster wordt zodanig opgemaakt, dat:

a. ieder bestuurslid uiterlijk vier jaar na zijn benoeming aftreedt, waarbij onder een jaar wordt verstaan de periode tussen twee opeenvolgend jaarlijkse algemene vergaderingen;

b. de voorzitter, de secretaris en de penningmeester zo mogelijk in verschillende jaren, maar in ieder geval nimmer alle drie gelijktijdig aftreden.

3. Volgens rooster aftredende bestuursleden kunnen worden herbenoemd.

ARTIKEL 17. SCHORSING EN ONTSLAG

1. Elk bestuurslid kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst.

2. Een schorsing, die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

ARTIKEL 18. VERVULLING TUSSENTIJDSE VACATURES

1. Indien in het bestuur een of meerdere vacatures zijn ontstaan, blijft het bestuur bevoegd.

2. Het bestuur is verplicht, de vervulling van de open plaats of de plaatsen voor de eerstvolgende algemene vergadering te agenderen. Zodra echter het aantal zitting hebbende bestuursleden minder bedraagt dan het aantal vacatures, is het bestuur verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering ter voorziening in die vacatures te beleggen.

ARTIKEL 19. BESTUURSFUNCTIES

1. De functies van voorzitter is onverenigbaar met de functie van secretaris en/of penningmeester. De functie van secretaris en penningmeester kunnen door 1 persoon worden waargenomen.

2. Het bestuur voorziet in de vervanging van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester in geval van verhindering of ontstentenis en verdeelt ook overigens de werkzaamheden over zijn leden. Op vervanging in geval van verhindering of ontstentenis is het in lid 1 bepaalde niet van toepassing.

ARTIKEL 20. BESTUURSTAAK EN -BEVOEGDHEDEN; VERANTWOORDELIJKHEID VAN BESTUURDERS

1. Behoudens de beperkingen van de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. Het richt zich daarbij naar de aanwijzingen betreffende de algemene lijnen van het te volgen beleid, zoals die door de algemene vergadering in de begroting of op andere wijze worden weergegeven.

2. Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaren van registergoederen.

3. Ieder lid van het bestuur is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem/haar opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft, die tot de werkkring van twee of meer bestuurders behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem/haar is te wijten en hij/zij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.

ARTIKEL 21. BESLUITVORMING BESTUUR

1. Alle besluiten worden door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag, tenzij het bestuur besluit de zaak tot de volgende vergadering aan te houden.

2. Om te kunnen besluiten moet ten minste de helft van het aantal bestuursleden, eventuele vacatures niet meegerekend, aanwezig zijn, tenzij het zaken betreft die geen uitstel gedogen.

3. In afwijking van hetgeen de wet daarover bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming en de inhoud van een genomen besluit, niet beslissend.

ARTIKEL 22. MANDATERING EN DELEGATIE VAN BESTUURSTAKEN EN BESTUURSBEVOEGDHEDEN

1. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden mandateren aan één of meer van zijn leden. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen en aanwijzingen geven.

2. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden delegeren aan door de algemene vergadering ingestelde commissies. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering richtlijnen geven.

3. De richtlijnen en aanwijzingen mogen niet in strijd zijn met de wet, met deze statuten of met een reglement als bedoeld in artikel 38. 4. Bij mandatering aan een of meerdere bestuursleden wordt steeds in de eerstvolgende bestuursvergadering verslag uitgebracht van hetgeen is verricht.

ARTIKEL 23. VERTEGENWOORDIGING

1. De bevoegdheid om de vereniging in en buiten rechte te vertegenwoordigen, komt toe aan:

a. het bestuur;

b. de voorzitter en de secretaris, gezamenlijk handelend;

c. de voorzitter en de penningmeester, gezamenlijk handelend; d. de secretaris en de penningmeester, gezamenlijk handelend, mits door 2 verschillende personen uitgevoerd.

2. Bij verhindering of ontstentenis van een in lid 1 genoemde functionaris, kan deze ten behoeve van de daar bedoelde vertegenwoordiging niet vervangen worden door een op grond van artikel 22 aangewezen vervanger.

ARTIKEL 24. GELDMIDDELEN

De inkomsten van de vereniging bestaan uit:

a. contributies;

b. inschrijf- en entreegelden voor evenementen;

c. schenkingen, legaten en erfstellingen; d. overige baten.

ARTIKEL 25. CONTRIBUTIE

1. De leden zijn aan de vereniging een jaarlijkse contributie verschuldigd, waarvan het bedrag door de algemene vergadering wordt vastgesteld. Bij toelating als lid na één juli van enig jaar is slechts de helft van de jaarcontributie verschuldigd.

2. Eenmaal vastgestelde bedragen blijven van kracht, totdat zij door de algemene vergadering worden gewijzigd. Een wijziging werkt ten hoogste terug tot de aanvang van het verenigingsjaar waarin zij wordt vastgesteld

3. Wanneer het lidmaatschap van een lid in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desondanks de contributie over het hele jaar verschuldigd.

4. De contributie van die leden die op één januari van enig kalenderjaar lid zijn van de vereniging dient betaald te zijn voor één maart van het lopende verenigingsjaar. Indien de contributie niet op één maart van enig jaar is ontvangen, zal het lidmaatschap van het betreffende lid worden geschorst. Indien betaling –na aanschrijving door het bestuur- niet is ontvangen op vijftien april van enig jaar, dan kan het lidmaatschap door het bestuur worden opgezegd.
5. Het bestuur kan in bijzondere gevallen, al dan niet voor een bepaalde termijn, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen van contributie verlenen.

ARTIKEL 26. BEGROTING

1. Het bestuur legt jaarlijks aan de algemene vergadering een begroting van inkomsten en uitgaven ter vaststelling voor op een zodanig tijdstip, dat deze begroting behandeld kan worden op de in dat jaar te houden jaarlijkse algemene vergadering.

2. De ontwerpbegroting wordt aan de stemgerechtigde leden ten minste twee weken voor de datum van de algemene vergadering toegezonden, in principe via elektronische weg.

3. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van verplichtingen, als daarvoor de begrotingspost, ten laste waarvan de betreffende uitgaven moeten worden gebracht, met meer dan tien procent zou worden overschreden, of het totale financiële resultaat van het betreffende verenigingsjaar daardoor ongunstiger zou worden, dan in de begroting werd voorzien.

4. Indien evenwel de begroting niet wordt vastgesteld voor de aanvang van het betreffende verenigingsjaar, dan is het bestuur gedurende iedere maand, die geheel of gedeeltelijk aan die vaststelling voorafgaat, bevoegd tot het aangaan van verplichtingen tot ten hoogste één/twaalfde (1/12de) gedeelte van de betreffende post van de ontwerpbegroting.

ARTIKEL 27. JAARVERSLAG

1. Het bestuur brengt jaarlijks een schriftelijk jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid in het afgelopen verenigingsjaar. Dit verslag wordt uitgebracht op een zodanig tijdstip, dat het behandeld kan worden op de eerste jaarlijkse algemene vergadering na afloop van het verenigingsjaar.

2. Het jaarverslag wordt door alle leden van het bestuur ondertekend. Ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.

3. Artikel 26 lid 2, is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL 28. BOEKHOUDING

1. Het bestuur houdt van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 2. Het bestuur bewaart de in het lid 1 bedoelde bescheiden gedurende tien jaren.

ARTIKEL 29. REKENING EN VERANTWOORDING

1. Het bestuur maakt jaarlijks een balans en een staat van baten en lasten van de vereniging over het afgelopen verenigingsjaar op en legt deze met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering over op een zodanig tijdstip, dat zij behandeld kunnen worden op de eerste jaarlijkse algemene vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.

2. Artikel 26 lid 2, en artikel 27 lid 2, zijn van overeenkomstige toepassing.

3. Goedkeuring van de balans en de staat van baten en lasten door de algemene vergadering stelt het bestuur tot decharge voor al hetgeen daaruit blijkt.

4. Artikel 28 lid 2, is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL 30. KASCOMMISSIE

1. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de stemgerechtigde leden een kascommissie van ten minste twee leden. Tegelijkertijd worden zo mogelijk ten minste één plaatsvervangend lid benoemd, dat de leden bij ontstentenis kan vervangen. De leden en het plaatsvervangende lid mogen geen deel van het bestuur uitmaken. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, tenzij zij reeds vier jaar zitting hebben.

2. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en brengt aan de algemene vergadering schriftelijk of mondeling verslag van haar bevindingen uit.

3. Het bestuur stelt de kascommissie in staat, haar onderzoek tijdig voor de jaarlijkse algemene vergadering te verrichten en is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarde te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.

4. Indien het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis vereist, dan kan de commissie zich op kosten van de vereniging door een deskundige laten bijstaan.

5. De leden van de kascommissie kunnen te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen, maar slechts tegelijk met benoeming van andere leden.

ARTIKEL 31. DE ALGEMENE VERGADERING

1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.

2. Jaarlijks worden zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval uiterlijk zes maanden na afloop van het voorafgaande verenigingsjaar, een algemene vergadering gehouden.

In deze algemene vergadering komen in ieder geval aan de orde:

a. het jaarverslag, bedoeld in artikel 27;

b. de balans en de staat van baten en lasten, bedoeld in artikel 29;

c. het verslag van de kascommissie, bedoeld in artikel 30;

d. de benoeming van een kascommissie voor het onderzoek van de balans en de staat van baten en lasten over het afgelopen verenigingsjaar;

e. de begroting, bedoeld in artikel 26, tenzij deze al is vastgesteld;

f. de voorziening in bestuursvacatures.

3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dat wenselijk vindt of ten minste twintig stemgerechtigde leden dan wel, indien dat minder is, ten minste één/tiende (1/10de) deel der stemgerechtigde leden dat verzoeken. Bij het verzoek worden de te behandelen onderwerpen, die op de agenda moeten worden vermeld, duidelijk aangegeven.

4. Schriftelijke voorstellen aan de algemene vergadering van stemgerechtigde leden worden op de agenda van de eerstvolgende algemene vergadering geplaatst, indien zij tenminste zes weken voor die algemene vergadering bij het bestuur zijn ingediend. Zij worden tenminste twee weken voor de algemene vergadering aan de leden (elektronisch) toegezonden, al dan niet door publicatie op de website van de vereniging.

ARTIKEL 32. BIJEENROEPING

1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur.

2. De leden worden, behoudens in het geval bedoeld in lid 4, ten minste twee weken tevoren opgeroepen door toezending van een agenda, in principe via elektronische weg. De agenda wordt tevens, tenminste twee weken voor de vergadering, gepubliceerd op de website van de vereniging.

3. De agenda vermeldt plaats, datum en aanvangstijdstip van de vergadering, alsmede te behandelen agendapunten.

4. Indien ingevolge artikel 31 lid 3, op verzoek van een aantal leden een algemene vergadering moet worden gehouden, is het bestuur verplicht die vergadering uit te schrijven binnen twee weken na ontvangst van het verzoek en op een tijdstip van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan, hetzij overeenkomstig lid 2 van dit artikel, hetzij door middel van een advertentie in een landelijk dagblad.

ARTIKEL 33. TOEGANG EN STEMRECHT

1. Alle leden, met uitzondering van geschorste leden, behoudens het bepaalde in de artikelen 10 lid 5 en 11 lid 3, hebben toegang tot de algemene vergadering en hebben stemrecht. Geschorste leden hebben echter geen stemrecht.

2. Over toelating van andere dan de in het eerste lid bedoelde personen beslist de algemene vergadering.

3. Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen, met dien verstande dat bedoeld ander lid alsdan in totaal niet meer dan twee stemmen kan uitbrengen. Aan de eis van schriftelijkheid van de volmacht wordt voldaan indien de volmacht elektronisch is vastgelegd, mits de volmacht is voorzien van een (getekende) elektronische handtekening.

4. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering het woord voeren, voorstellen doen en amendementen indienen, behoudens de beperkingen, die bij huishoudelijk reglement aan de uitoefening van deze rechten worden gesteld.

ARTIKEL 34. VOORZITTERSCHAP EN NOTULERING

1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter of zijn plaatsvervanger. Is de voorzitter afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in het voorzitterschap.
2. Van het verhandelde in een algemene vergadering wordt door de secretaris of zijn plaatsvervanger beknopte notulen opgemaakt. Is de secretaris afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan wijst de voorzitter een notulist aan.
3. Bij toepassing van artikel 32 lid 4 laatste volzin, kunnen de verzoekers anderen dan bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het opstellen der notulen.

4. De ontwerpnotulen worden zo spoedig mogelijk ter kennis van de stemgerechtigde leden gebracht. Zij worden in de eerstvolgende algemene vergadering, eventueel gewijzigd, vastgesteld en door de voorzitter en de secretaris ondertekend. De eventueel door de algemene vergadering aangebrachte wijzigingen worden tevens opgenomen in de notulen van de vergadering, waarin tot deze wijzigingen werd besloten.

ARTIKEL 35. BESLUITVORMING

1. Voor zover de wet of de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

2. Blanco en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht, maar tellen wel mee voor het quorum.

3. Alle stemmingen over de aanwijzing of benoeming van personen geschieden schriftelijk. Alle overige stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of ten minste vijf stemgerechtigde leden dat voor de stemming verlangen. Een schriftelijke stemming geschiedt met ongetekende briefjes.

4. Indien niemand schriftelijke stemming verlangt, wordt het besluit bij acclamatie genomen.

5. Indien mondelinge stemming moet plaatsvinden, kan de voorzitter besluiten tot stemming bij handopsteken, tenzij een der stemgerechtigde leden stemming bij hoofdelijke oproeping verlangt. Ook kan de voorzitter alsnog tot stemming bij hoofdelijke oproeping besluiten, indien hij bij de stemming bij handopsteken de uitslag der stemming niet kan vaststellen.

6. Indien schriftelijke stemmingen over verschillende aanwijzingen, benoemingen of zaken moeten plaatsvinden, dan kunnen deze stemmingen gecombineerd worden, mits de stembriefjes zodanig zijn ingericht, dat verwarring redelijkerwijs niet mogelijk is. Evenwel moeten afzonderlijke stemmingen worden gehouden, indien ten minste vijf stemgerechtigde leden dat verlangen.

7. Indien de stemmen staken over een voorstel, niet rakende de benoeming of aanwijzing van personen, dan is het voorstel verworpen.

ARTIKEL 36. STEMMINGEN OVER PERSONEN

1. Indien bij een aanwijzing of benoeming van een persoon niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, dan heeft een tweede stemming plaats, tenzij tussen twee personen is gestemd.

2. Heeft dan wederom niemand de volstrekte meerderheid gekregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij een persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.

3. Bij de in het lid 2 bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming kon worden gestemd, met uitzondering van de persoon, op wie bij de voorafgaande stemming de minste stemmen zijn uitgebracht. Zijn bij die stemming de minste stemmen op meer dan een persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de volgende stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.

4. Indien bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, dan beslist het lot wie van beiden is aangewezen of benoemd.

ARTIKEL 37. VASTSTELLING BESLUITVORMING

1. Het in de algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

ARTIKEL 38. REGLEMENTEN

1. De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement en andere reglementen vaststellen, waarvan de bepalingen niet in strijd mogen zijn met en niet mogen afwijken van de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, of van deze statuten.

2. Indien de reglementen van de Raad van Beheer verlangen, dat een huishoudelijk reglement of een ander reglement aan de goedkeuring van de Raad van Beheer wordt onderworpen, dan treedt het niet in werking, alvorens de goedkeuring is verkregen. Hetzelfde geldt voor wijziging van dat reglement.

3. De algemene vergadering kan een reglement te allen tijde wijzigen, mits aan de in statuten en huishoudelijk reglement gestelde eisen voor de besluitvorming en de voorbereiding daarvan is voldaan. Ook de algemene vergadering kan echter geen besluiten nemen, die in strijd zijn met een reglement.

ARTIKEL 39. AANSPRAKELIJKHEID

De vereniging is tegenover haar leden niet aansprakelijk voor enige schade, ontstaan tijdens vanwege de vereniging georganiseerde bijeenkomsten, cursussen of evenementen, van welke aard ook, en evenmin voor enige schade ten gevolge van door de vereniging verleende adviezen of door welke oorzaak dan ook.

 ARTIKEL 40. STATUTENWIJZIGING

1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.

2. Deze statuten kunnen, onverminderd het bepaalde in de volgende leden, slechts worden gewijzigd bij een met ten minste twee/derde (2/3de) van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering.

3. Een afschrift van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, wordt ten minste zeven dagen voor de vergadering door hen, die de oproeping tot de vergadering hebben gedaan, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage worden gelegd of op internet geplaatst, tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden. De leden worden van deze ter inzage legging of plaatsing op de hoogte gesteld.

4. Voorts wordt het voorstel tot statutenwijziging, hetzij tegelijk met de in artikel 32 bedoelde agenda aan alle leden toegezonden, al dan niet door publicatie op de website van de vereniging, hetzij (elektronisch) toegezonden aan alle leden, die daarom verzoeken. In het laatste geval worden de leden van de mogelijkheid daartoe in kennis gesteld, in principe via elektronische weg.

5. Een wijziging van de statuten treedt niet in werking dan nadat deze door de Raad van Beheer is goedgekeurd en van de wijziging een notariële akte is opgemaakt. 6. Tot het doen verlijden van de akte van een wijziging van de statuten is ieder bestuurslid bevoegd.

ARTIKEL 41. ONTBINDING

1. De vereniging kan slechts worden omgezet, gefuseerd of ontbonden door een met tenminste twee/derde (2/3de) van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering.

2. Artikel 40 lid 2 en 3 is van overeenkomstige toepassing.
3. Tegelijk met een besluit tot ontbinding wijst de algemene vergadering een andere kynologische vereniging aan, waaraan een eventueel batig saldo na vereffening zal toevallen. Ook kan de algemene vergadering een of meer anderen dan het bestuur met de vereffening belasten.

ARTIKEL 42

In deze statuten wordt met schriftelijk bedoeld elk door gebruikmaking van reguliere post en/of langs veilige elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht.

Tenslotte verklaarden de verschenen personen, dat in afwijking van het hiervoor bepaalde in artikel 13, voor de eerste maal als bestuursleden worden benoemd: