FCI Standaard

(vertaald vanuit het Engels)

FCI standaard Basset Fauve de Bretagne

 

Herkomst  

Frankrijk

Gebruik  

Lopende hond gebruikt voor de jacht op konijn, haas, vos, ree en zwijn

FCI-Classificatie

Groep 6 – lopende honden en zweethonden.
Sectie 1.3 – kleine lopende honden.

Algemene verschijning

De Basset Fauve de Bretagne  is een kleine hond met een gedrongen bouw, levendigen snel voor zijn grootte. Hij beschikt over een enorme energie, gekoppeld aan een uitmuntende gehardheid

Gedrag en karakter

Bassets Fauve de Bretagne zijn hartstochtelijke jagers, maar voor de mens ook uitstekende metgezellen, sociaal, aanhankelijk en evenwichtig. Ze passen zich makkelijk aan aan allerlei terrein, zelfs de moeilijkste, en aan al het wild. Tijdens de jacht blijken ze dapper, slim en volhardend te zijn, en daardoor heel succesvol.

Hoofd

Schedelgedeelte

  • Schedel: Veeleer lang, met een duidelijk aangegeven achterhoofdsknobbel. Van voren gezien lijkt de schedel op een afgeplat gewelf. Hij versmalt vanaf de achterkant naar de wenkbrauwbogen, die niet te duidelijk afgetekend mogen zijn.
  • Stop: Iets meer ontwikkeld dan bij de Grand Fauve.

Snuitgedeelte

  • Neus: Zwart of donkerbruin met wijd open neusgaten.
  • Snuit: Eerder wigvormig dan vierkant.
  • Lippen: Niet te zwaar, maar goed de onderkaak bedekkend. Geringe haargroei.
  • Kaken/Gebit: De kaken en tanden zijn sterk en vormen een perfect schaargebit. De bovenste snijtanden sluiten nauw over de onderste. De snijtanden staan recht in de kaken. Het ontbreken van de eerste kiezen wordt niet bestraft.
  • Ogen: Noch uitpuilend, noch te diepen de kassen staand, donkerbruin van kleur. Het bindvlies mag niet zichtbaar zijn. De uitdrukking is levendig.
  • Oren: Fijn aangezet op ooghoogte, reiken met moeite tot de neusspiegel als ze naar voren worden gehouden. Ze eindigen in een punt, draaien naar binnen en zijn bedekt met haar, dat fijner en korter is dan op de rest van het lichaam.

Hals

Tamelijk kort en goed gespierd.

Lichaam

  • Rug: Kort voor een basset en breed. Geen zadeling.
  • Lenden: Breed en gespierd.
  • Borst: Tamelijk gewelfd.
  • Buik: De onderbelijning loopt naar de achterbenen toe slechts weinig op.

Staart

Iets sikkelvormig gedragen van middelmatige lengte, breed bij de aanzet, vaak iets uitstaande beharing en goed in een punt eindigend. In actie wordt de staart naar boven de bovenbelijning gedragen maakt hij geregeld zijdelingse bewegingen.

Ledematen

Voorhand

  • Totaalbeeld: De benen zijn goed van bot.
  • Schouders: Schuin en goed op de borstkast geplaatst.
  • Voorarm: Verticaal of iets naar binnen gebogen (wat ongewenst is).
  • Ellebogen: In lijn met het lichaam.
  • Middenvoet (pols): Van opzij gezien iets schuin. Van voren gezien in de as van het lichaam of iets schuin naar buiten (wat ongewenst is).

Achterhand

  • Totaalbeeld: Goed gespierd. De benen staan stevig. Van achteren gezien zijn de achterbenen evenwijdig, noch te dicht bij elkaar nog te ver uit elkaar.
  • Dijen: Lang en goed gespierd.
  • Sprong: Goed en laag geplaatst en matig gebogen.
  • Middenvoet: Verticaal.
  • Voeten: Compact, met de tenen goed gesloten, gebogen en met sterke nagels. De voetzolen zijn hard.

Gang/beweging

Levendig.

Huid

Tamelijk dik, soepel. Geen wam (keelhuid).

Vacht

  • Haar: Vacht heel ruig, hard, tamelijk kort, nooit wollig of gekruld. Zonder veel garnituur aan het hoofd.
  • Kleur: Rossig, van goud tarwekleuring tot steenrood van kleur. Een paar verspreide zwarte haren op rug en oren zijn toegestaan. Soms met een wit vlekje op de voorborst, wat ongewenst is.

Grootte

Reuen en teven: 32 tot 38 cm, met een tolerantie van 2 cm voor buitengewoon goede exemplaren.

 

 
Scroll naar top