Geschiedenis

De Basset Fauve de Bretagne behoort tot de Franse Brakken, ook wel lopende honden genoemd.

Al honderden jaren worden overal ter wereld Brakken gebruikt voor de jacht op verschillende soorten wild. Alle Brakken hebben een aantal overeenkomstige eigenschappen. Ze beschikken over een buitengewoon goed reukvermogen, wat nodig is om een wildspoor te kunnen vinden en te volgen. Ze zijn zelfstandig en over het algemeen sociaal met andere honden. Meestal werden ze in groepen gehouden en werd er in meuteverband mee gejaagd.

De voorouder van de Basset Fauve de Bretagne, de Griffon Fauve de Bretagne, behoort tot één van de oudste hondenrassen van Frankrijk. De Basset Fauve de Bretagne lijkt sprekend op de Griffon, op één punt na: door een mutatie zijn de benen van de Fauve zijn een stuk korter. Dit bleek een gelukkige toevalstreffer. De korte benen bleken uitstekend geschikt om te jagen in het heuvelachtige Bretagne, dat grotendeels bedekt is met kreupelhout en struikgewas.

De meutejacht was eeuwenlang voorbehouden aan de adel, maar in de 19e eeuw kwam daar verandering in en mocht het gewone volk ook op deze manier jagen. Het was echter onmogelijk voor de gewone man om een meute grote brakken te houden. De kleinere Fauve bleek een uitkomst, omdat deze een stuk goedkoper waren in onderhoud. Men begon daarom gericht te selecteren op kortbenigheid. Deze honden werden vooral gebruikt voor de jacht op fazanten, konijnen en wilde zwijnen.

Tussen de twee wereldoorlogen leek de Fauve bijna verdwenen te zijn. Door de inzet van andere rassen, zoals de Basset Griffon Vendéen, de Beagle, de Teckel en een enkele Terriër werd het ras weer teruggefokt. In Nederland neemt de Basset Fauve de Bretagne de laatste jaren in bekendheid toe. Niet zozeer als jachthond, maar vooral als geliefde gezinshond.

Scroll naar top